Buick Regal Gran Sport

“you got an apartment first and then a car?”
“yeah…”
“you’ve got your priorities totally screwed up dude, this is LA, you could’ve always slept in the car”

De spreker, een “struggling actor” is een van mijn nieuwe Hollywoodvrienden. Bij de opleiding kijkt iedereen nog erg de kat uit de boom. Tenslotten zijn we allemal concurrenten. Een Nederlandse vriendin – een “struggling director” – helpt mij gelukkig bij het leren kennen van allerhande “struggling” filmmensen. We zitten in hetzelfde schuitje en dat bindt.

Maar dan de autokoop. Ik mag mij hier een luxe permitteren die ik in Amsterdam niet heb. Een auto! Jarenlang heb ik naar het autobezit gesmacht. Auto’s zijn vreselijk cool en stoer en een teken van maatschappelijk succes. En nu mag, neen, MOET ik een auto hebben!

De luxe wordt beperkt door een zeer bescheiden budget. In mijn huurautotje rij ik van dealer naar dealer, op zoek naar een goedkope maar betrouwbare auto. En een beetje sexy graag. Dat blijkt moeilijker dan gedacht. Waar zoveel mensen arm zijn is de concurrentie in het laagste marktsegment moordend. Alles wat nog rijdt gaat voor duizenden dollars weg.

Ik zie auto’s intergalactische kilometerstanden, nauwelijks nog verf – afgebeitst door 365 dagen zon per jaar. En dan het interieur. “One careful owner” staat er dan in de advertentie maar als je in de auto stapt is werkelijk elke millimeter bedekt met een laag afgedankte hamburgerolie. Er wordt in deze auto’s gewoond. Mijn visioen van een grote Cadillac met lederen bekleding en een luxueus ronkende V8 motor valt in duigen.

Dus is mijn enthousiasme groot als ik een gouden Buick Regal Gran Sport Custom Coupe uit 1995 zag staan. Compleet met nog glimmende lak, bescheiden kilometerstand en goed klinkende motor en versnellingsbak. Tijdens de proefrit blijkt dat de Gran in Gran Sport een afkorting is voor Grandfather. Een sportieve opa zou er wat blij van worden zoals de auto over het wegdekt wiegt en deint. Maar de auto heeft mijn hart gestolen en dat doet mijn onderhandelingspogingen geen goed. Was de vraagprijs nog 2500, uiteindelijk wordt op 2700 afgetikt. Iets met registratiekosten?

Nu glij ik over de eindeloze snelwegen van LA op weg naar afspraken die mij verderhelpen in mijn weg tot Hollywood scenarist. En het schrijven zelf? Nog geen fatsoenlijk woord op papier gezet. Dat gaat veranderen, vanavond nog! Maar eerst even met de auto op jacht naar een lekkere kop koffie.

Geland in Los Angeles

“What’s your profession?” Vraagt de douane medewerkster met onwaarschijnlijk lange, in paars parelmoer geschilderde nagels.
“I’m a writer”
“Hmmm, just what L.A. needs..”
De Amerikaanse douane maakt mij altijd behoorlijk angstig. Terwijl ik vingerafdrukken geef besluipt mij het gevoel dat ik wel degelijk “member of a terrorist organisation” ben geweest.

De vlucht is een verzoeking. Ik kan niet stilzitten en ergerde mij aan de luidruchtige passagiers om mij heen. Mijn gemoed zwalkt heen en weer tussen verdriet, vanwege het afscheid van mijn verloofde A. en paniek, vanwege mijn boude missie, scenarioschrijver worden in Hollywood.

Dat verandert zodra in de vliegtuigraampjes de stad in zicht komt. De zon, de palmbomen, de zee en de bergen. Ik ben in L.A.! Ik zit als een blij kind aan het raampje geplakt.

Even later, aan de douane ontsnapt, rijd ik langs rijen billboards van de allernieuwste televisieseries en films. Ik ben aangekomen in de entertainment hoofdstad van de wereld. Heel even lijkt de droom best maakbaar.

Op dezelfde dag is het openingscollege aan UCLA. Inspirerend, de resterende twijfels worden weggeblazen door het enthousiasme van professor Hal Ackerman.

Hij houdt de groep van 50 studenten voor dat we er helemaal voor moeten gaan: “no holding back, you are writers now!” Daarna een waarschuwing dat het onwaarschijnlijk is dat we direct aan de slag zullen gaan in “the industry”. Haaks op deze waarschuwing kondigt hij de volgende spreker aan, een scenarist die voor veel geld zijn bij UCLA geschreven scenario heeft verkocht aan een filmstudio. Bij de daaropvolgende kennismaking met mijn acht werkgroepgenoten probeerde ik in te schatten wie de grofste kritiek op mijn werk zal geven. Vaak zijn het juist de meest relaxed uitziende mensen die dingen zeggen als “tja, het is gewoon slecht”.

Het enthousiasme van het college steek ik in de huizenjacht. Ik bel met veel verhuurders en ga overal kijken. De enige andere woningzoeker die ik tegenkom is….een filmscenarist uit Vermont. Eric, die om negen uur ‘s ochtends naar drank ruikt, is naar Hollywood gekomen om zijn filmscript te verkopen. Ik denk gelijk: wat een onwaarschijnlijke missie!

Op het moment van schrijven ben ik nog dakloos – motelbewoner. De huizenjacht blijkt taai. De hele stad staat te huur maar ik heb pas twee vage opties.

Morgenavond is dan het eerste echte college, we bekijken en analyseren een nog niet uitgebrachte film. Ik hoop dat het leuk is, want deze dakloze schrijver kan wel weer een “boost” gebruiken.

28 september 2010

 

Hollywood here I come

Hollywood, here I come!

“Ik ga naar Hollywood”.
“Echt waar?”
De bankmedewerker is onder de indruk. Zeggen dat je filmscenarist bent doet het beter dan redacteur. De man doet er een schepje bovenop: “ik kan hier wel op de printknop drukken maar u maakt echt iets.”

Mijn carrière vertoont volgens velen een steevast dalende lijn na een veelbelovend begin. Drie jaar was ik advocaat bij een voornaam internationaal kantoor. Van de ene dag op de andere vertrok ik. Ik wilde creatief werk doen en kwam bij de televisie terecht. Het viel tegen hoe creatief dat was.

Intussen werkte ik in de avonduren aan filmideeën. De eerste keer dat ik een concept naar een producent stuurde was het raak. Mijn naam zou binnen een paar maanden op een aftiteling staan. Zo makkelijk is het, dacht ik, de onwetende. Drie jaar verder is het wachten op filmsubsidie. Volgens de kenners liggen we voor op schema. Een en ander deed mij realiseren dat in de avonduren plannetjes smeden onmogelijk zal leiden tot een echte doorbraak.

In Hollywood een opleiding tot scenarist doen, dat was de weg voorwaarts! Lokale alternatieven deed ik af als minderwaardig. Bij UCLA School of Theatre, Film and Televison – een van ‘s werelds beste filmscholen – vond ik het perfecte programma. Een jaar lang onder deskundige begeleiding twee originele speelfilms schrijven – in het Engels. De taal baart mij geen zorgen, ik ben van huis uit tweetalig maar mezelf serieus nemen als filmscenarist – dat houdt mij wakker. Maar ik wist dat ik moest kiezen: eenmaal echt voor de droom gaan of een echte baan vinden en ophouden met “dat creatieve gedoe”.

Ik meldde mij aan. In nachtelijk uren schreef en schaafde ik een “one page statement of purpose, no more, no less” en vijf bladzijden origineel filmscenario, de openingssequentie van een psychologische thriller. Ik neuriede dagenlang Randy Newman’s “I Love L.A.” en maakte een lijstje van wie ik bij mijn eerste Oscar zou bedanken.

Ik werd toegelaten. Uit honderden aanmeldingen was mijn werk gekozen. Ik durfde niet te juichen. Een familielid zei behulpzaam: “als je andere filmscenaristen zoekt in L.A. kan je een willekeurige taxichauffeur aanklampen.”

Mijn ticket is geboekt, 23 september vlieg ik. Ik mag niet meer aan mezelf twijfelen, er wordt niet meer gerelativeerd of cynisch gedaan. Of dat gaat lukken?

Mijn naam is Jasper Klimbie, ik ben 35 jaar oud. Hollywood, here I come!

6 september 2010