Murder of Crows

In the beginning of the second act, Dutch and Jason have escaped the chasing pack, but are now forced to take a short cut. Meanwhile the police is regrouping, but still don’t know that Dutch is helping Jason.

Blinde vlinders op zoek

“Wie zijn hier de belangrijke mensen?”
“Uhm, dat is Paul Verhoeven, daar staat Jan de Bont en dat is Pieter Jan Brugge…en..”
“Oh great”

En weg is de acteur met wie ik sta te praten tijden de kennismakingsborrel van de Holland Hollywood Connection. Zo zijn ze, acteurs, vlinders op zoek naar zoete nectar. Alleen moet ik eerst de grootste bloemen aanwijzen: een blinde vlinder dus.

Het is een topborrel, van de Holland Hollywood Connection. Eerst is iedereen een beetje verlegen met de hapjes maar zodra the “Big Three” met bordjes rondlopen durven wij ook.
De Nederlanders die “fulltime” in LA klagen dat er haring noch bitterbal te bekennen is. Anderzijds schuif ik gedreven door borrelzenuwen vrolijk twee borden falafel met humus naar binnen. Smakelijk eten!

Op weg naar de borrel neem ik mij stellig voor sociaal en open te zijn. Kletsen met iedereen en visitekaartjes verzamelen. Het hoogtepunt van mijn avond zal het soepele gesprek met Paul Verhoeven worden.

Nu mag u best weten dat ik normaal op een feest vol onbekenden verander in een soort alcoholische autist. Maar dat kan deze keer niet. Ik kan namelijk niet drinken. In Los Angeles zijn feestjes redelijk braaf omdat een groot aantal mensen niet drinkt. Dat komt niet door hoogwaardige morele overtuiging maar door de hoge straffen op DUI, “driving under the influence”.

Broodnuchter en schuchter spreek ik met wereldberoemde muzikanten, een animatie regisseur, een zeer bekende scenarioschrijver, een beginnend producent, ditto componist en Jan de Bont (in het Engels). De avond verloopt voor mijn doen erg soepel. Omdat het zo goed gaat laat ik vele gelegenheden voorbijgaan om Paul Verhoeven even aan te schieten.

Ik ben niet ongerust, ik heb namelijk al een openingszin. Wij zaten immers samen in het NOS item over de HHC.

Het loopt anders. De acteur duikt na mijn verwijzing op de topregisseur, hengelend naar een auditie. Even later staat Paul smakelijk te lachen om de grappen van de bekende scenarist. En ineens, vlak nadat ik wat slimme en diepgaande dingen heb gezegd tegen Jan de Bont, is Paul verdwenen.

Ik heb mijn les geleerd! Volgende keer vlieg ik Paul gewoon direct om de hals en vlei ik hem met bewondering voor zijn vele meesterwerken. To hell with openingszinnen!

Hoe het met mijn script gaat? Uitstekend, dank u wel. Nog tien bladzijden te gaan dan is het af; af genoeg om te herschrijven….

Bij de filmproducent op schoot

“En hoe kan ik je helpen?”
“Als ik je wat ideeën voor mijn volgende script mail, dan kan je mij advies geven”
“Ik ben blij dat je dat vraagt”

Ik zit omringd door filmposters op het kantoor van een filmproducent! Hellboy en Lara Croft staren mij vanaf de wand aan. Op de tafel ligt het masker van Rorschach uit Watchmen. Tegenover mij zit Philip Westgren. Hij is developer bij Lawrence Gordon productions en mijn mentor.

Jawel, ik ben toegelaten tot het mentorschap programma van de Holland Hollywood Connection. Wellicht mede dankzij het interview voor de NOS dat alweer een jaar geleden lijkt. Elf Hollywood dromers zijn geselecteerd en ieder heeft een mentor, een landgenoot die hier werkt. Zonder dat Hollywood het doorheeft beramen wij een Dutch invasion.

Ik had het niet beter kunnen treffen. Philip ontwikkelt filmconcepten, scripts en aangekochte media tot scripts rijp voor productie. Hij werkt intensief samen met allerhande scenaristen. Een ideale sparringpartner dus. Met Philip als klankbord zorg ik dat mijn volgende script aan de twee belangrijkste voorwaarden voldoet: een onderscheidend idee en commerciële potentie.

Toch worden we het snel eens dat het daadwerkelijk doorbreken in Hollywood een hele klus gaat worden. Louterend is dat er weinig scripts gekocht worden en dat de sector erg conservatief is. Scenaristen worden wel ingehuurd om een aangekochte roman, of ander concept tot script te maken. Of om een remake te schrijven. Maar dan met name scenaristen die al een hit hebben geschreven. Lastig tussen te komen dus.

Toch vertrek ik op een tapijt van wolken. De zon schijnt feller, de palmbomen zijn hoger en zelfs de koffie van Starbucks smaakt mij. De sterren zijn mij blijkbaar goed gezind. Tussen UCLA, mijn mentor en mijn eigen inzet kan het nauwelijks misgaan, toch? Thuisgekomen kijk ik op de plaatselijke Funda wat een huisje in de Hollywood Hills eigenlijk doet. Valt nog best mee, voor een slordige miljoen…

Als het donker wordt breekt de ban. Ik zit al uren achter mijn laptopje te worstelen met de maanden geleden geschreven opening van mijn script. Het zijn prachtige scènes. Visueel sterk, gelaagde betekenis, minimaal dialoog. Maar nu ik op bladzijde vijftig ben, blijkt dat het anders moet. Na veel gepruts in de bestaande tekst gebeurt het onvermijdelijke. Met pijn in mijn hart selecteer ik de hele opening en druk op delete. Dit is het echte werk en dat moet ik alleen doen.

Gestolen wasgoed en ander klein leed

“My laundry has just disappeared”
“Was it in that one there?”

Ik ben terug in de laundromat, bekend van het NOS journaal. Ik verdenk een grote, donkere meneer ervan mijn was gestolen te hebben. Tweedehands kleding. Onderbroeken, sokken en handdoeken van mij, gestolen.

Door mijn onschuld van zijn apropos gebracht geeft de meneer de versgewassen buit terug. Thuis blijkt dat er twee verschillende sokken missen.

Het is taai aan de onderkant van de samenleving en daar bungel ik net boven. Ik noem mezelf niet arm. Ik heb vrijwel geen geld om uit te geven maar ik kan nog ontsnappen. Zij niet.

Dit is de schaduwzijde van mijn keuze om mijn droom te volgen. Ik leef van mijn spaargeld en dat gaat snel op. Als Dagobert draai ik elke dollar drie keer om en als hedgefundmanager volg ik de wisselkoers. Voor elke dollar die ik bespaar vliegen er tien de portemonnee uit. Ik ben Hansje Brinker met de vinger in de dijk terwijl het water al rond mijn heupen staat.

Is dit nou leuk? Tja, de 99ct store, waar alles echt 1 dollar is, is genieten. Een uitpuilende mand boodschappen voor 20 dollar. Ook leuk is het gevarieerde publiek wat je er tegenkomt. Van Yiddische Mamale tot tandeloze zwervers, iedereen staat hoofdrekenend te shoppen. En dat terwijl de sommen niet zo moeilijk zijn.

Minder zijn de vele momenten dat ik mij afvraag of ik juni ga halen. En als ik volledig blut terug ga naar Nederland, wat dan? Het wordt me vaak gevraagd. Ik zeg dan vol vertrouwen dat ik dan vast wel een script heb verkocht hier of daar.

Nu pas realiseer ik mij dat ik in de jaren sinds mijn studententijd veranderd ben in een rasechte consument. Vanaf het moment dat ik hier aankwam geef ik teveel geld uit. Een tijdschrift af en toe, als het over film gaat is het gerechtvaardigd. Koffie heb ik ook een paar dollar voor over. En films kijken. Je kan die dingen niet schrijven zonder regelmatig de bioscoop te bezoeken, begrijpt u wel?

Ik zag mijzelf als iemand die niet gesteld is op luxe. Nooit heb ik aanspraak gemaakt op een privéjet of villa. Nu merk ik dat luxe iets heel anders is, namelijk gewoon normaal geld uit kunnen geven zonder er de hele tijd over na hoeven te denken. Dat mis ik.

Remedie tegen de geldpaniek, mijn nieuwe mantra: “als het op is, is het op!” En zo ver zijn we gelukkig nog niet.

 

King’s Speech – a buddy movie

Without question The King’s Speech is an excellent film. Great performances in a fast paced story with high stakes makes for compelling viewing. But it all starts, of course, with the writing. Someone said to me: “I heard the script was pretty good too.” In the following I hope to briefly examine particular strong points of the screenplay of The King’s Speech, starting with the structure.

The script is unremarkable in it’s classicism. It adheres strictly to the basic 3 act structure rules. What is surprising is that it also adheres to the “rules” of the buddy movie. The uneasy first meeting, the unequal social stature of the buddy’s, the initial rejection of the friendship by the top dog, grudging acceptance, growing friendship, the break up, the period apart – pining for reunion (first by the one – without success, then the other), the reconciliation, a threatening blindside (the outside world threatens to break up the repaired friendship) and finally the true and equal friendship that is the climax of the film.

This choice of form allowed David Seidler to turn an interesting side note in history into an enthralling personal tale. He keeps the story we are watching small, whilst letting the larger historical stakes (kingship, the looming war) shine through enough to lend our two heroes quest urgency. Yet it is always the success or failure of the friendship that is the central stake for the main characters. For me at least, King George’s failure to do the radio speech would have had as gravest consequence (in the context of the film) the final destruction of his friendship with Lionel Logue. Instead, his success leads to the final bonding of their friendship – which was then to last a lifetime.

The screenplay has further strengths. The passage of time is dealt with very efficiently. The story spans a vast number of years, from 1925 – 1939. We are taken from one era to the next by important dramatic occurrences, which makes for smooth transitions and keeps the tempo high. Which is important in a film essentially about talking.

Also, the writing is on many occasions very funny – although it never descends into slapstick. This makes the growing friendship believable and both main characters likeable.
On a critical note: some of the dialogue is very on the nose. The scene where the king ridicules his son springs to mind. At least it serves the purpose of explaining the rules of the world we inhabit in the film but a bit more subtlety would have been welcome.

Finally, David Seidler is said to have invented much of what happened in the therapeutic sessions. Only during filming did the grandson of Lionel Logue hand over a vast horde of treatment notes made by the therapist. The grandson later remarked that the script already matched the notes very accurately. A good imagination and sound understanding of human psychology can recreate historical fact.

All in all, the screenplay is indeed well constructed and written and thankfully was well filmed. Making “The King’s Speech” a buddy movie to be remembered!

Met de billen bloot

“So who wants to go first?”
De klasgenoten kijken naar elkaar of het plafond. Ik heb zelfs een echte smoes:
“I have to figure out the pages, I screwed up with the xerox”

Deze week wordt de workshop spannend. Mijn medestudenten en ik hebben ieder de eerste zeven bladzijden van onze filmscenarios mee om te worden voorgedragen.

Dit lijkt voor de buitenstaander een alleraadigste oefening. Leuk, THEATER!! Voor een schrijver voelt het als een wortelkanaalbehandeling zonder verdoving. Alle zes studenten zijn opvallend gedwee. De docent laat deze week zelfs de standaard komische aftrapanecdote voor wat het is.

Mijn klasgenoot begint met het voordragen van het narratief van mijn script, met de woorden “FADE IN” die traditiegetrouw bovenaan staan. Ik wil het uit zijn handen rukken en het lokaal uitrennen.

Hij is zelf al geweest en zijn komedie was echt komisch. Wie is hij om nu met een kritische blik mijn script te lezen? De anderen zullen de rollen die ik ze heb toebedeeld vast ook verpesten. En wat heb ik het toch slecht opgeschreven allemaal! Als ze me even een uurtje zouden geven dan kon ik het nog even verbeteren. Maar neen, ik moet stilzitten en luisteren.

Mijn klasgenoot schept er groot genoegen in om elke typo zoals geschreven voor te lezen. De “of” in plaats van “off” op bladzijde 5 gaat door merg en been, ik wil mij onder het bureau verbergen.

Ik mompel nog “sorry, I can’t type”.

Een van mijn klasgenoten vindt het leuk om zijn rol van deputy te vertolken als ware hij een echte redneck. Dat is komisch maar in het script niet zo bedoeld.

Na lezing krijg ik feedback van de docent. Zij heeft kennelijk niet opgelet en zegt dat ze het een sterke en goed geschreven opening van de film vindt. De klas knikt, ook zij hebben kennelijk zitten dutten! Hadden ze niet gehoord hoe houterig de dialogen waren en onwaarschijnlijk de plotwendingen?

Mij wordt wel een belangrijke tip meegegeven. Tot haar spijt, zegt de juf, moet ze mij manen om minder mooi Engels te schrijven. Minder volzinnen. Alles moet compact en snel. En: verplicht dialoog op de eerste bladzijde, anders zal geen “reader” het lezen. Die hebben betere dingen te doen dan een script te lezen dat begint met drie bladzijden beeld. Ik: “so you don’t hate it?” Zij: “It’s good Jasper. Now, who’s next?”
Weer die stilte, stelletje lafbekken.

Home for the holidays

“Wat is het hier ongelofelijk koud”
“Ach joh, vorige week hadden ze het al over een Elfstedentocht”

Ik ben “home for the holidays”. Elke winter verandert Hollywood richting de kerstdagen in een spookstad. Bijna iedereen in de filmindustrie komt uit een ander deel van de VS of ver daarbuiten. Men vliegt voor de feestdagen en masse naar die plekken die als thuis worden ervaren. Het bewijst dat het moeilijk blijft om in Hollywood een echt thuisgevoel te kweken.

Tijdens de vlucht terug begint voor mij de evaluatie van het eerste deel van mijn avontuur. Ben ik opgeschoten? Heb ik concrete resultaten geboekt? Nog belangrijker: heeft het nog zin?

De eerste 25 bladzijden van mijn speelfilm heb ik ingeleverd. Naar mijn eigen, resoluut onbescheiden inschatting, behoor ik tot de top van mijn klas. Ik heb niet een keer gespijbeld…zelfs niet voor een joint achter de fietsenstalling. Ik ben verguld met de opleiding en blij dat ik een opleiding volg. Ik kan het iedereen, die zijn of haar droom wil volgen, aanraden. Een opleiding biedt zowel structuur als een klankbord van anderen met dezelfde krankzinnige droom.

Toch is het papiertje van UCLA niet het hoogste doel. Ik wil leven van schrijven. Als je mooie filmscript niet verkocht wordt en dus niet gemaakt, waar doe je het dan voor?

Meer door geluk dan wijsheid is het door mij zo gevreesde netwerken redelijk verlopen. Nee, ik heb Paul Verhoeven nog niet ontmoet, maar ik ben wel met hem op TV geweest. Ik heb met een schrijver van kabelgigant HBO geborreld en hem bereid gevonden iets van mij te lezen. Via via ontmoette ik een executive van filmstudio Dreamworks. Ook ontmoette ik een aantal getalenteerde regisseurs die mogelijkheden hebben in Hollywood. Voor hen ontwerp ik nu een low budget project. Met een Amerikaanse schrijver werk ik aan een TV pilot. En ik ben aangemeld voor het mentorprogramma van de Holland Hollywood Connection.

Toch is de les is die ik van mijn eerste periode in Hollywood moet trekken, dat ik er nog veel harder aan moet werken. Ik moet elke week iemand spreken die mijn carriere verder kan helpen. En ik moet vandaag nog iets Engelstaligs schrijven dat mijn schrijfkunst demonstreert. Iets korts, vandaag nog.

Er is dus genoeg te doen, zelfs nu ik thuis ben. Maar het lijkt nog steeds zin te hebben en ik heb er nog zin in.

Voor de NOS camera

“en wat is je grootste angst?”
“mijn grootste angst, tja, ik denk, dat ik….”
“STOP! Just a sec, we have to change the angle a bit”
Deze laatste spreker is een Amerikaanse cameraman. Ik word namelijk geïnterviewd door Eelco Bosch van Rosenthal, correspondent van ons hoogsteigen NOS journaal.

En nee, het is niet het sluitstuk van een terugkerende wensdroom over het winnen van mijn eerste Oscar. De NOS maakt een item over de Holland Hollywood Connection, een netwerkorganisatie die is opgezet door het Nederlandse consulaat in San Francisco. Voor Hollywood nieuwelingen bieden zij kans op een mentorschap van een geslaagde Hollywood Hollander.

Ik was al steevast van plan mij daarvoor aan te melden, maar eerlijk gezegd is het er nog niet van gekomen. Het staat zogezegd op het lijstje, tussen het internet regelen voor mijn appartement en een goedkope bioscoop vinden.

Maar zij vinden mij eerst. Op het moment dat het interview gehouden moet worden ben ik toevallig de meest kersvers gearriveerde Nederlander met Hollywood dromen.

Het is erg vreemd om tegenover Eelco te zitten en vragen te beantwoorden over mijn ambities en hoe ik denk dat allemaal waar te maken. Ik krijg er van tevoren al een behoorlijke maagzweer van. Het maakt nogmaals duidelijk dat ik nog bar weinig bereikt heb. De andere spreker in het interview is Paul Verhoeven. Helaas worden we niet op dezelfde plek geïnterviewd, anders had ik hem wat tips kunnen vragen, nietwaar?

Een deel van het interview vindt plaats in een ouderwetse wasserette. Ik doe er letterlijk mijn eerste was in LA. Geen idee hoe ‘t werkt. Omdat we in Koreatown filmen waar men Koreaans spreekt of Spaans, kan ik ook aan niemand hulp vragen. Op beeld staat nu de typische schrijver met twee linkerhanden, zwetend, vallend kleingeld, afgezakte bril en veel te veel wasmiddel in de machine. Het is een mooie metafoor voor mijn avontuur hier. Om die metafoor dan maar gelijk door te trekken: met de was is het uiteindelijk helemaal goedgekomen!

Het interview heeft alvast twee noemenswaardige effecten. Ten eerste doet het mijn naamsbekendheid bepaald geen kwaad, ten tweede ben ik als een dolle aan het werk gegaan. Bladzijde volgt bladzijde en ik ben nu daadwerkelijk schrijver in Hollywood. Het item over de Holland Hollywood Connection wordt rond 5 november door de NOS uitgezonden ter gelegenheid van de kick off bijeenkomst van de netwerkorganisatie in Nederland.

3 november 2010

Buick Regal Gran Sport

“you got an apartment first and then a car?”
“yeah…”
“you’ve got your priorities totally screwed up dude, this is LA, you could’ve always slept in the car”

De spreker, een “struggling actor” is een van mijn nieuwe Hollywoodvrienden. Bij de opleiding kijkt iedereen nog erg de kat uit de boom. Tenslotten zijn we allemal concurrenten. Een Nederlandse vriendin – een “struggling director” – helpt mij gelukkig bij het leren kennen van allerhande “struggling” filmmensen. We zitten in hetzelfde schuitje en dat bindt.

Maar dan de autokoop. Ik mag mij hier een luxe permitteren die ik in Amsterdam niet heb. Een auto! Jarenlang heb ik naar het autobezit gesmacht. Auto’s zijn vreselijk cool en stoer en een teken van maatschappelijk succes. En nu mag, neen, MOET ik een auto hebben!

De luxe wordt beperkt door een zeer bescheiden budget. In mijn huurautotje rij ik van dealer naar dealer, op zoek naar een goedkope maar betrouwbare auto. En een beetje sexy graag. Dat blijkt moeilijker dan gedacht. Waar zoveel mensen arm zijn is de concurrentie in het laagste marktsegment moordend. Alles wat nog rijdt gaat voor duizenden dollars weg.

Ik zie auto’s intergalactische kilometerstanden, nauwelijks nog verf – afgebeitst door 365 dagen zon per jaar. En dan het interieur. “One careful owner” staat er dan in de advertentie maar als je in de auto stapt is werkelijk elke millimeter bedekt met een laag afgedankte hamburgerolie. Er wordt in deze auto’s gewoond. Mijn visioen van een grote Cadillac met lederen bekleding en een luxueus ronkende V8 motor valt in duigen.

Dus is mijn enthousiasme groot als ik een gouden Buick Regal Gran Sport Custom Coupe uit 1995 zag staan. Compleet met nog glimmende lak, bescheiden kilometerstand en goed klinkende motor en versnellingsbak. Tijdens de proefrit blijkt dat de Gran in Gran Sport een afkorting is voor Grandfather. Een sportieve opa zou er wat blij van worden zoals de auto over het wegdekt wiegt en deint. Maar de auto heeft mijn hart gestolen en dat doet mijn onderhandelingspogingen geen goed. Was de vraagprijs nog 2500, uiteindelijk wordt op 2700 afgetikt. Iets met registratiekosten?

Nu glij ik over de eindeloze snelwegen van LA op weg naar afspraken die mij verderhelpen in mijn weg tot Hollywood scenarist. En het schrijven zelf? Nog geen fatsoenlijk woord op papier gezet. Dat gaat veranderen, vanavond nog! Maar eerst even met de auto op jacht naar een lekkere kop koffie.

Geland in Los Angeles

“What’s your profession?” Vraagt de douane medewerkster met onwaarschijnlijk lange, in paars parelmoer geschilderde nagels.
“I’m a writer”
“Hmmm, just what L.A. needs..”
De Amerikaanse douane maakt mij altijd behoorlijk angstig. Terwijl ik vingerafdrukken geef besluipt mij het gevoel dat ik wel degelijk “member of a terrorist organisation” ben geweest.

De vlucht is een verzoeking. Ik kan niet stilzitten en ergerde mij aan de luidruchtige passagiers om mij heen. Mijn gemoed zwalkt heen en weer tussen verdriet, vanwege het afscheid van mijn verloofde A. en paniek, vanwege mijn boude missie, scenarioschrijver worden in Hollywood.

Dat verandert zodra in de vliegtuigraampjes de stad in zicht komt. De zon, de palmbomen, de zee en de bergen. Ik ben in L.A.! Ik zit als een blij kind aan het raampje geplakt.

Even later, aan de douane ontsnapt, rijd ik langs rijen billboards van de allernieuwste televisieseries en films. Ik ben aangekomen in de entertainment hoofdstad van de wereld. Heel even lijkt de droom best maakbaar.

Op dezelfde dag is het openingscollege aan UCLA. Inspirerend, de resterende twijfels worden weggeblazen door het enthousiasme van professor Hal Ackerman.

Hij houdt de groep van 50 studenten voor dat we er helemaal voor moeten gaan: “no holding back, you are writers now!” Daarna een waarschuwing dat het onwaarschijnlijk is dat we direct aan de slag zullen gaan in “the industry”. Haaks op deze waarschuwing kondigt hij de volgende spreker aan, een scenarist die voor veel geld zijn bij UCLA geschreven scenario heeft verkocht aan een filmstudio. Bij de daaropvolgende kennismaking met mijn acht werkgroepgenoten probeerde ik in te schatten wie de grofste kritiek op mijn werk zal geven. Vaak zijn het juist de meest relaxed uitziende mensen die dingen zeggen als “tja, het is gewoon slecht”.

Het enthousiasme van het college steek ik in de huizenjacht. Ik bel met veel verhuurders en ga overal kijken. De enige andere woningzoeker die ik tegenkom is….een filmscenarist uit Vermont. Eric, die om negen uur ‘s ochtends naar drank ruikt, is naar Hollywood gekomen om zijn filmscript te verkopen. Ik denk gelijk: wat een onwaarschijnlijke missie!

Op het moment van schrijven ben ik nog dakloos – motelbewoner. De huizenjacht blijkt taai. De hele stad staat te huur maar ik heb pas twee vage opties.

Morgenavond is dan het eerste echte college, we bekijken en analyseren een nog niet uitgebrachte film. Ik hoop dat het leuk is, want deze dakloze schrijver kan wel weer een “boost” gebruiken.

28 september 2010